Waterkwaliteit
Het is nog altijd de klassieke manier waarop beginnende koihouders vissen verliezen: een prachtig aangelegde vijver, helder water, en drie weken later liggen de koi op hun zij. Niet door ziekte, maar doordat het filter nog niet was ingereden. En het bijzondere is dat het volledig te voorkomen is, mits je weet wat er in die eerste weken onder de oppervlakte gebeurt.
Een nieuw filter is schoon. Schoon betekent in dit geval leeg: er zit nog geen bacteriecultuur op de dragers. Zodra de eerste vissen erin gaan, begint er wel meteen afval te ontstaan. Koi scheiden ammonium uit via hun kieuwen, en daar komt nog het restant van niet-opgegeten voer en uitwerpselen bij.
Dat afval moet langs twee biologische stappen voordat het onschadelijk is. De eerste groep bacteriën zet ammonium om in nitriet. Een tweede, andere groep zet nitriet om in nitraat. Nitraat is relatief onschuldig en verdwijnt met de gewone waterverversing. Ammonium en nitriet zijn dat niet.
Het probleem zit in de volgorde. Beide populaties hebben weken nodig om zich te vestigen, en ze doen dat achter elkaar. De eerste groep komt op gang, de ammoniumwaarde loopt op en zakt weer. Precies op dat moment denken veel mensen dat het filter klaar is — terwijl de nitrietwaarde dan pas begint te stijgen, omdat de tweede groep nog achterloopt op de nitrietproductie van de eerste. Wie op dat punt vissen bijzet of meer gaat voeren, gooit olie op het vuur.
| Fase | Wat er gebeurt | Wat je meet | Wat je doet |
|---|---|---|---|
| Fase 1 | Er komt ammonium in het water, er is nog nauwelijks bacterie om het op te ruimen | Ammonium stijgt, nitriet nog nul | Dagelijks meten, zeer licht voeren, deelverversen zodra de waarde oploopt |
| Fase 2 | De eerste groep pakt aan en produceert nitriet; de tweede groep is er nog niet | Ammonium zakt, nitriet stijgt scherp | Dit is de gevaarlijkste fase. Dagelijks meten, zout op ondersteunend niveau, blijven verversen |
| Fase 3 | De tweede groep haalt de achterstand in | Nitriet zakt naar nul, nitraat begint te lopen | Voergift voorzichtig opbouwen, meetfrequentie pas dan terug |
| Ingereden | Beide stappen draaien mee met de belasting | Ammonium en nitriet blijven nul, nitraat stapelt langzaam op | Vis heel geleidelijk uitbreiden, nitraat afvoeren met waterverversing |
Beide tussenproducten zijn acuut giftig. Nitriet bindt zich aan het bloed en verstoort het zuurstoftransport; van ammonium is vooral de ongeladen vorm ammoniak (NH3) schadelijk, en hoeveel daarvan aanwezig is hangt sterk samen met pH en temperatuur. Dat verband staat uitgebreider beschreven bij ammoniak en nitriet in de vijver.
Vissen die aan de kant hangen, happen aan het oppervlak, samengeknepen vinnen tonen of rode kieuwen hebben tijdens het inrijden: meet direct ammonium en nitriet en ververs een deel van het water met water op vijvertemperatuur. Schade aan kieuwweefsel door een nitrietpiek herstelt traag, en een tweede piek bovenop een beschadigde vis is vaak fataal.
Vier tot acht weken is de gebruikelijke orde van grootte, maar temperatuur is hier bepalend. Nitrificerende bacteriën vermenigvuldigen zich traag, en in koud water traag tot bijna niet. Een vijver die je eind mei opstart is een heel ander verhaal dan dezelfde vijver in oktober.
| Watertemperatuur | Wanneer dat speelt | Wat je realistisch mag verwachten |
|---|---|---|
| 20-24 °C | Volle zomer | De korte kant van vier tot acht weken; de pieken zijn hoog maar kort |
| 15-19 °C | Late lente, begin najaar | Duidelijk trager, maar het loopt gestaag door |
| 10-14 °C | Voorjaar en najaar | Ruim langer dan acht weken; in het najaar wordt het bovendien alleen maar kouder |
| onder 10 °C | Late herfst en winter | Nauwelijks opbouw. Zet in dit seizoen geen nieuwe vissen in een niet-ingereden systeem |
Een najaarsstart is daarmee niet onmogelijk, maar wel een project waarbij je maandenlang blijft meten en vrijwel geen vis mag bijzetten. Wie de keuze heeft, start in de late lente.
Vraag bij een bekende koihouder of bij je vijverspecialist om rijp filtermateriaal, uitgeknepen matten of filterwater uit een draaiend systeem, en breng dat direct in je nieuwe filter. Je verplaatst daarmee een levende cultuur in plaats van te wachten tot die zich spontaan vormt. Dit kort het inrijden dramatisch in — soms van weken naar dagen. Neem materiaal alleen van een vijver waarvan je weet dat er geen ziekte speelt, en zet het meteen over, niet in een emmer in de auto voor een uur.
Zolang de tweede bacteriegroep achterloopt, biedt zout op een ondersteunend niveau bescherming tegen nitriet: het chloride concurreert met nitriet bij de opname over de kieuwen. In de praktijk wordt hiervoor een niveau van ongeveer 0,1 tot 0,3 procent aangehouden, oftewel ruwweg 1 tot 3 kg per kubieke meter vijverwater. Reken je vijverinhoud eerlijk uit en meet het werkelijke zoutgehalte na — schatten leidt hier stelselmatig tot te veel. Zout verdampt niet; het verdwijnt alleen via waterverversing. Houd er rekening mee dat sommige planten en enkele behandelingen zich slecht verhouden tot zout.
Twee dingen die tijdens het inrijden stil meebewegen en die je er makkelijk bij vergeet.
Nitrificatie verbruikt carbonaathardheid. In een jonge vijver, waar meestal nog weinig buffer aanwezig is, kan de KH daardoor in korte tijd wegzakken — en met een lage KH is de pH niet meer stabiel. Een pH-crash bovenop een nitrietpiek is een combinatie waar zelden een vis heelhuids uitkomt. Houd de KH tijdens het inrijden ruim boven de bodem; voor koivijvers wordt doorgaans 6 tot 10 °dKH aangehouden; onder 5 °dKH wordt de pH onstabiel en onder 3 °dKH is de situatie kritiek. Zeker tijdens het inrijden wil je ruim in die band blijven. Meet het, ga niet uit van wat er uit de kraan zou moeten komen. Meer hierover bij de KH-waarde in de vijver.
Het tweede is zuurstof. De bacteriën die je aan het opbouwen bent, gebruiken zuurstof, net als de vissen en net als de afbraak van organisch materiaal. Juist in warm water, waar het inrijden het snelst gaat, is de oplosbaarheid het laagst. Extra beluchting tijdens de opbouwfase is zelden verkeerd; zie zuurstofgehalte in de vijver.
Wat veel mensen verrast: een filter dat jaren probleemloos draait, kan in één middag terug bij af zijn. In de Engelstalige koiwereld heet dat "old pond, new syndrome", en het treft juist ervaren houders — precies omdat ze niet meer meten, want het loopt toch al jaren goed.
| Wat je deed | Wat het met het filter doet | Wat je beter doet |
|---|---|---|
| Filtermateriaal onder de kraan uitspoelen | Chloor doodt de cultuur; ook zonder chloor spoelt koud, kaal water de bacteriefilm van de dragers | Spoel matten uit in een emmer vijverwater en gooi dat water weg |
| Te grondig schoonmaken, alles in één keer | Je verwijdert de biologie samen met het vuil | Gefaseerd reinigen, nooit alle kamers of alle matten tegelijk |
| Pomp uit tijdens stroomuitval of vakantie | Zonder doorstroming raakt het filterbed snel zuurstofloos en sterft de cultuur af | Na langere stilstand eerst grondig doorspoelen naar het riool voordat je hem terugzet op de vijver |
| Medicijnen en behandelingen | Sommige middelen raken de nitrificerende bacteriën net zo hard als het beoogde doelwit | Lees vooraf wat het middel met het biofilter doet en meet ammonium en nitriet in de dagen erna |
Na elk van deze gebeurtenissen gedraagt je vijver zich als een nieuwe vijver, maar dan met de volledige visbezetting er al in. Dat is de reden dat een oude vijver harder kan omvallen dan een nieuwe. Meet ammonium en nitriet dagelijks in de week na een filterreiniging, een stroomstoring of een behandeling.
H2Koi meet ammonium (NH4) en nitraat (NO3) direct en continu, naast temperatuur, pH, zuurstof in mg/L en procent verzadiging, geleidbaarheid en troebelheid; redox (ORP) is optioneel. Daaruit worden onder meer NH3, nitriet, KH (0-20 dKH), zoutgehalte en TDS afgeleid. GH wordt niet gerapporteerd. Een zelfreinigende wisser houdt de sensoren schoon.
Tijdens het inrijden betekent dat continue vroegtijdige waarschuwing: je ziet de ammoniumcurve opkomen en weer dalen, en je ziet de tweede fase inzetten, in plaats van dat je er drie dagen later achter komt. Wat het niet is: een ziekte- of parasietendetectie, en het houdt geen reiger tegen. Het voorkomt niets — het waarschuwt eerder, en wat je met die waarschuwing doet blijft mensenwerk.
Eerlijk over de grens: tijdens actief inrijden zijn juist nitriet en NH3 afgeleide waarden, berekend uit direct gemeten ammonium, pH en temperatuur.
Daarnaast bouwen wij op maat gemaakte, geautomatiseerde waterverversing. Dat is precies het gereedschap dat je tijdens het inrijden nodig hebt: kleine, frequente deelverversingen die de pieken aftoppen zonder dat je elke avond met een slang in de weer bent. Wij hebben nog geen ander systeem gevonden dat dit doet, en onze klanten ook niet.
Er is niets mis met een druppeltest in het weekend. Alleen: een ammonium- of nitrietpiek in warm water komt op en zakt weer binnen dagen, soms binnen een etmaal. Een piek die op woensdagmiddag zijn top bereikt en donderdagavond alweer aan het zakken is, komt in een zondagmeting simpelweg niet voor. Je ziet twee keurige nullen en concludeert dat het inrijden vlot verloopt, terwijl je vissen er intussen een dag doorheen hebben gezeten.
Datzelfde geldt voor de dingen die met het inrijden meebewegen: de KH die wegzakt, de zuurstof die 's nachts zijn laagste punt haalt, de pH die met de dagcyclus beweegt. Een steekproef op één moment van de week vertelt je niet welke kant het op gaat, alleen waar het toevallig stond. Een continue meetlijn laat de vórm van de curve zien — en de vorm is wat je vertelt of je meer moet verversen, minder moet voeren of nog even moet wachten met die extra vis.
Dat is precies de reden om continu te meten: je wilt de richting kennen waarin je vijver beweegt, en juist in deze weken verandert die richting het snelst.
Doorgaans vier tot acht weken, maar dat geldt bij zomerse watertemperaturen. Onder de vijftien graden duurt het aanzienlijk langer en onder de tien graden komt de opbouw nauwelijks op gang. Enten met rijp filtermateriaal uit een draaiend systeem kan de periode drastisch verkorten.
Niet de bezetting die je uiteindelijk voor ogen hebt. Begin met een paar vissen, voer licht en breid pas uit als ammonium én nitriet allebei op nul blijven bij de huidige voergift. Elke extra vis is extra belasting op een filter dat nog moet groeien.
Ze kunnen helpen, maar ze zijn geen vervanging voor de basisregels: weinig vis, licht voeren en blijven meten. Rijp filtermateriaal, uitgeknepen matten of filterwater uit een gezonde draaiende vijver is in de praktijk betrouwbaarder, omdat je dan een cultuur overzet die al op vijverwater is aangepast.
Ja, maar met deelverversingen om de piek af te toppen, niet om de cyclus te stoppen. Zet het water op vijvertemperatuur en behandel het vooraf tegen chloor en zware metalen. Het filter blijft ook bij lagere concentraties gewoon doorbouwen, alleen wat rustiger.
Als ondersteuning tijdens de nitrietfase wordt gewoonlijk ongeveer 0,1 tot 0,3 procent aangehouden, dus ruwweg 1 tot 3 kg per kubieke meter. Bereken je vijverinhoud zorgvuldig en meet het werkelijke zoutgehalte na in plaats van te schatten. Zout verdwijnt alleen via waterverversing.
Kijk naar wat je de dagen ervoor hebt gedaan. Filtermateriaal onder de kraan gespoeld, alle kamers tegelijk gereinigd, de pomp uit gehad door een stroomstoring of tijdens vakantie, of een behandeling toegediend: elk daarvan kan de bacteriecultuur zo hard raken dat je terug bent bij fase één, maar dan met alle vis er al in.
Als ammonium en nitriet allebei nul blijven bij een normale voergift, en dat gedurende meerdere opeenvolgende dagen, terwijl nitraat langzaam oploopt. Nitraat dat stijgt is het bewijs dat beide stappen daadwerkelijk draaien. Eén nulmeting zegt niets — de volgorde van de twee pieken maakt dat je juist tussen de fasen in nul kunt meten.
H2Koi meet ammonium direct en continu, en leidt daaruit NH3 en nitriet af — vroegtijdige waarschuwing tijdens de weken waarin je vijver het kwetsbaarst is. Industriële sensoren, dag en nacht.
Meer over H2Koi