Waterwaarden in de koivijver
Bijna elke koihouder meet de pH. Veel minder mensen meten de waarde die bepaalt of die pH morgenochtend nog dezelfde is. De KH-waarde, oftewel de carbonaathardheid, is het buffervermogen van je vijverwater: de voorraad die zuren opvangt voordat ze de pH kunnen verschuiven. Die voorraad raakt dag en nacht op, zonder dat je daar aan de pH iets van ziet. En als hij op is, gaat het niet geleidelijk.
Dit is de meest gemaakte fout in vijverland, en het is de reden dat deze pagina bestaat. KH en GH staan naast elkaar op dezelfde testset, worden allebei in °dH uitgedrukt en heten allebei iets met hardheid. Toch meten ze twee volstrekt verschillende dingen.
KH, de carbonaathardheid, is de som van waterstofcarbonaat en carbonaat in je water. Dat is chemisch gezien je zuurbuffer: de stoffen die zuur wegvangen voordat het de pH kan verlagen. GH, de totale hardheid (je komt ook algemene hardheid tegen), is het gehalte aan calcium en magnesium. Nuttig voor je vis, maar het doet niets voor de stabiliteit van je pH.
Een vijver kan dus een keurige GH hebben en tegelijk zo goed als geen buffer. Wie in dat geval naar de GH kijkt en concludeert dat het water hard genoeg is, kijkt langs het probleem heen.
| Kenmerk | KH (carbonaathardheid) | GH (totale hardheid) |
|---|---|---|
| Wat het meet | Waterstofcarbonaat en carbonaat, samen het buffervermogen | Calcium en magnesium, samen de totale hardheid |
| Wat het doet | Vangt zuren op en houdt de pH op zijn plek | Levert mineralen, zegt niets over zuurbestendigheid |
| Beïnvloedt het de pH? | Ja, direct. KH is de rem op elke pH-verandering | Nee, GH buffert de pH niet |
| Wat er gebeurt bij een te lage waarde | De pH wordt onstabiel en kan plotseling wegzakken | Op termijn een mineraaltekort, maar geen pH-crash |
Je vijver maakt onophoudelijk zuur aan. De ademhaling van je koi levert CO2, rottend voer en bladafval doen hetzelfde, en je filter draagt daar het meest aan bij: bij elke stap in de nitrificatie, waarbij ammonium via nitriet naar nitraat gaat, wordt buffer verbruikt. Elke keer gaat er een stukje carbonaat op.
Het verraderlijke is wat je daarvan terugziet, namelijk niets. Zolang er buffer over is, houdt die de pH vast. Je meet week na week dezelfde pH en concludeert dat het goed zit, terwijl de KH ondertussen van 8 naar 6 naar 4 zakt. De pH is in die fase geen waarschuwing, maar een geruststelling die niet klopt.
Op het moment dat de buffer op is, is er niets meer dat de zuurdruk opvangt. Dan zakt de pH niet langzaam, maar in een paar uur diep weg. Dat gebeurt bijna altijd in de nacht, wanneer er wel CO2 wordt geproduceerd maar niet meer opgenomen en de zuurdruk tegen de ochtend zijn hoogste punt bereikt.
Dat plotselinge wegzakken is wat Nederlandse en Vlaamse vijverhouders een pH-crash noemen; in de aquariumhoek hoor je er ook het woord zuurval voor. De typische melding op de fora is steeds dezelfde: 's avonds zwommen ze nog rustig rond, 's ochtends hangen ze aan de oppervlakte. Dat is het moment waarop het misgaat, maar niet het moment waarop het begon. Het begon weken eerder, in een waarde die niemand mat.
Koi zijn niet kieskeurig over de exacte hoogte van de KH, maar wel over de stabiliteit die eruit volgt. Onderstaande band is waar je op wilt zitten.
| KH-waarde | Beoordeling | Wat het betekent |
|---|---|---|
| Onder 3 °dH | Kritiek | Praktisch geen buffer meer. Een pH-crash kan zich elk moment voordoen, meestal in de nacht. Direct handelen. |
| 3 tot 5 °dH | Te laag | De pH kan binnen 24 uur onvoorspelbaar worden. Een regenbui of een warm weekend is genoeg om het te laten kantelen. |
| 6 tot 10 °dH | Optimaal | Ruime buffer, rustige pH. Dit is waar je een koivijver wilt hebben. |
| 10 tot 14 °dH | Hoog, onschadelijk | Meer buffer dan nodig, maar geen enkel bezwaar voor je vis. Niets aan doen. |
| Boven 14 °dH | Hoog | Hoge waarde, in de praktijk zelden een probleem. Alleen verlagen als je daar een concrete reden voor hebt. |
Over de eenheid: in Nederland en Vlaanderen reken je KH in °dH, graden Duitse hardheid, op verpakkingen ook wel als dH of °DH geschreven. Alle waarden op deze pagina staan in die eenheid. Lees je een Engelstalige bron of een buitenlands etiket, dan kom je mg/l CaCO3 tegen: 1 °dH komt overeen met ongeveer 17,9 mg/l CaCO3.
De druppeltest, technisch een titratie, is de betrouwbaarste losse meting die je zelf kunt doen. Je druppelt reagens in een buisje vijverwater tot de kleur omslaat en telt de druppels. Elke druppel is een graad. Simpel, goedkoop en nauwkeurig genoeg om beslissingen op te baseren. Dit is de meting waar je andere waarnemingen tegenaan legt.
Strips zijn snel en handig voor een globale indruk, maar hun afleesmarge is ruim en juist in het lage bereik lopen ze het meest uit de pas. Dat is ongelukkig, want het lage bereik is precies waar de KH ertoe doet. Een strip die 3 en 6 °dH nauwelijks uit elkaar houdt, kan je vertellen dat het goed zit terwijl de buffer bijna leeg is.
De meeste eenvoudige digitale meters meten helemaal geen KH. Ze meten pH, soms geleidbaarheid, en rekenen daar een hardheid uit die niets met carbonaathardheid te maken heeft. Controleer voor je er iets van aanneemt of het apparaat carbonaathardheid daadwerkelijk in zijn specificatie noemt.
Hoe H2Koi het doet, zonder omhaal: de KH-waarde die je in de app ziet is een doorlopend berekende waarde op een schaal van 0 tot 20 dKH, dezelfde schaal als °dH. Het is geen titratie en het is geen laboratoriumuitslag. Het is een vroeg signaal dat je erop attendeert dat je buffer wegloopt, en dat je vervolgens zelf naast een druppeltest legt voordat je gaat doseren. GH rapporteert H2Koi niet; die waarde zit niet in de parameterlijst en daar doen we ook geen aanname over.
Voor een acute correctie gebruik je zuiveringszout, oftewel natriumbicarbonaat; in Vlaanderen ook bekend als baksoda. Als vuistregel verhoogt ongeveer 1 gram per 100 liter vijverwater de KH met ongeveer 1 °dH. Reken je vijverinhoud eerlijk uit, met filter en leidingwerk erbij, want een te ruime schatting werkt hier tegen je.
De werkwijze:
Gebruik zuiveringszout of natriumbicarbonaat, nadrukkelijk geen bakpoeder. Bakpoeder bevat naast bicarbonaat ook verzurende bestanddelen en antiklontermiddelen, en die horen niet in een vijver thuis. Strooi het middel ook nooit droog over het water: onopgeloste korrels zakken naar de bodem en geven daar plaatselijk een veel te hoge concentratie, precies waar je vis zich ophoudt. Eerst oplossen, dan pas erin.
Wil je er structureel vanaf, breng dan schelpengrit, oesterschelpen of koraalgrit aan in je filter. Dat lost langzaam op naarmate het water zuurder wordt en stopt vanzelf wanneer de KH weer op peil is. Die zelfregulatie is precies wat je wilt: geen doseerbeslissingen meer, maar een buffer die zichzelf aanvult in het tempo waarin hij verbruikt wordt. Controleer het materiaal jaarlijks en vul aan wanneer het zichtbaar is weggesleten.
Een waterwissel helpt alleen wanneer je kraanwater of leidingwater harder is dan je vijver. Meet dus eerst de KH van je aanvulwater. In sommige regio's is dat water zelf laag in KH, en dan verdun je je buffer in plaats van hem aan te vullen, terwijl je in de veronderstelling verkeert dat je iets goeds doet.
Dit is zelden nodig. Een hoge KH is voor koi vrijwel altijd onschadelijk, en een pH die door een stevige buffer op 8,2 blijft hangen is beter nieuws dan een pH die vrij kan bewegen. Heb je toch een concrete reden om te verlagen, dan is verdunnen de enige verstandige weg: meng met water uit omgekeerde osmose of met opgevangen regenwater, in stappen en met een meting ertussen.
Doseer geen zuur om de KH omlaag te brengen. Zuur verbruikt exact de buffer die je pH beschermt; je koopt een lagere meetwaarde af met het verlies van je stabiliteit, en het resultaat is een vijver die daarna alle kanten op kan. Wie met zuur op de pH stuurt terwijl de KH al laag is, versnelt de pH-crash die hij probeert te vermijden.
| Situatie | Wat je doet |
|---|---|
| KH onder 3 °dH, vissen hangen 's ochtends aan de oppervlakte | Acuut. Beluchting maximaal, niet voeren, en de KH direct verhogen met opgelost zuiveringszout. Meet elk uur opnieuw. Werk gedoseerd: een te snelle sprong is zelf ook belastend. |
| KH tussen 3 en 5 °dH, pH nog normaal | Dit is de stille fase, en het beste moment om in te grijpen. Breng de KH met 1 tot 2 °dH per dag naar 6 tot 10 °dH en meet tussen de stappen door. |
| KH zakt elke week een graad of meer | Structureel verbruik. Breng schelpengrit of koraalgrit in het filter aan en ververs regelmatig water, mits je aanvulwater harder is dan de vijver. Kijk daarnaast kritisch naar voergift en bodemvuil. |
| KH keldert na een stevige regenbui | Verdunning: regenwater heeft vrijwel geen KH. Meet standaard na elke flinke bui, vul het buffervermogen bij en beperk waar mogelijk de directe instroom van regenwater in de vijver. |
| KH boven 14 °dH | Meestal niets doen. Alleen wanneer je bewust lager wilt: verdunnen met omgekeerde osmose of opgevangen regenwater, in stappen. Nooit met zuur. |
Wekelijks testen is het advies dat overal terugkomt, en het is goed advies. Maar een week heeft 168 uur. Eén meting per week betekent dat je vijver ruim 167 uur per week niet bekeken wordt.
Bij de meeste waarden valt daarmee te leven. Bij KH ligt dat anders, om drie redenen die ongelukkig samenvallen. De buffer daalt geleidelijk en zonder signaal, dus tussen twee metingen zie je de trend niet. De pH, de waarde die iedereen wél in de gaten houdt, blijft juist in die fase vlak en meldt niets. En het moment waarop het misgaat valt in de nacht, wanneer er per definitie niemand naast de vijver staat. Wie zondagochtend een keurige 5 °dH afleest en de volgende zondag opnieuw meet, kan in de tussenliggende week alles zijn kwijtgeraakt.
Daarom kijken wij naar de buffer, en niet alleen naar de pH die erdoor beschermd wordt. Een KH die in vier dagen van 6 naar 4 zakt, is geen alarm maar wel een richting, en die richting is er ruim voordat er een pH-crash in zit. Dat vroege beeld is wat H2Koi levert; wat je ermee doet, en of je het bevestigd wilt zien met een druppeltest, blijft aan jou.
KH is de carbonaathardheid: het gehalte aan waterstofcarbonaat en carbonaat, en daarmee het vermogen van je water om zuren op te vangen. GH is de totale hardheid: het gehalte aan calcium en magnesium. Alleen KH buffert de pH. GH zegt iets over de mineraalvoorziening, maar houdt je pH niet op zijn plek. Wie bij een wegzakkende pH naar de GH kijkt, kijkt naar de verkeerde waarde. H2Koi rapporteert overigens geen GH; die waarde zit niet in de parameterlijst.
6 tot 10 °dH is de comfortabele band voor koi. Onder 5 °dH kan de pH binnen 24 uur alle kanten op, onder 3 °dH is de situatie kritiek. Tussen 10 en 14 °dH is de KH hoog maar onschadelijk, en boven 14 °dH is het hoog en meestal nog steeds geen probleem. Een stabiele 11 °dH is voor je vis prettiger dan een 7 °dH die elke week een graad zakt.
Meet eerst opnieuw met een druppeltest, zodat je zeker weet dat de waarde klopt. Verhoog daarna gecontroleerd met zuiveringszout, opgelost in een emmer vijverwater, maximaal 1 tot 2 °dH per dag en met een nieuwe meting tussen elke stap. Zet de beluchting hoger en voer tijdelijk minder. Zoek daarna uit waaróm de buffer zo snel opraakt, want anders sta je over drie weken op dezelfde plek.
Als vuistregel verhoogt ongeveer 1 gram zuiveringszout per 100 liter vijverwater de KH met ongeveer 1 °dH. Reken je vijverinhoud eerlijk uit, filter en leidingwerk meegerekend. Gebruik zuiveringszout of natriumbicarbonaat, nadrukkelijk geen bakpoeder: daar zitten verzurende middelen en antiklontermiddelen in die niet in een vijver thuishoren. Los het altijd eerst op in vijverwater en meet na elke stap opnieuw.
Omdat de buffer verbruikt wordt, elke dag opnieuw. De ademhaling van je vis, rottend voer en bladafval, en vooral de nitrificatie in je filter maken doorlopend zuur aan, en daar gaat telkens een stukje carbonaat aan op. Hoe meer vis en hoe meer voer, hoe sneller het gaat. Een stevige regenbui verdunt bovendien, want regenwater heeft vrijwel geen KH. Schelpengrit of koraalgrit in het filter vult de buffer vanzelf weer aan.
's Nachts wordt er in de vijver wel CO2 geproduceerd maar niet meer opgenomen, dus de zuurdruk is tegen de ochtend het hoogst. Zolang er KH is, vangt de buffer dat op en blijft de pH vlak. Is de buffer op, dan is er niets meer dat het tegenhoudt en zakt de pH in een paar uur weg. Daarom vind je een pH-crash bijna altijd 's ochtends, terwijl er de avond ervoor nog niets aan de hand leek.
Teststrips geven een ruwe indicatie, maar zijn juist in het lage bereik te onnauwkeurig, en dat is precies het bereik waar het om draait. Een druppeltest is de betrouwbaarste losse meting. De meeste eenvoudige digitale meters meten helemaal geen KH, ook al staat er een hardheidswaarde op het schermpje. H2Koi geeft een doorlopend berekende KH-waarde van 0 tot 20 dKH als vroeg signaal, geen titratie, dus een afwijking controleer je altijd met je eigen druppeltest.
H2Koi meet doorlopend mee in je vijver en laat zien welke kant je buffervermogen op beweegt, in de uren dat je er zelf niet naast staat. Geen laboratoriumuitslag, wel een vroeg signaal dat je met je eigen druppeltest bevestigt.
Meer over H2Koi