Waterkwaliteit
Van alle waterwaarden zijn ammoniak en nitriet de enige twee die je koi binnen een etmaal kunnen kosten. Ze horen bij elkaar, ze komen meestal samen, en ze wijzen op hetzelfde: een filter dat de stikstofbelasting even niet aankan. Wat veel vijverhouders verrast, is dat precies dezelfde gemeten waarde de ene dag onschuldig is en de andere dag levensgevaarlijk.
Koi scheiden stikstof vooral via de kieuwen uit, niet via de ontlasting. Daar komen voerresten, blad en mulm bij. Het resultaat is totaal ammonium in het water: de som van ammonium (NH4+) en vrije ammoniak (NH3).
In een ingedraaid filter nemen twee groepen bacteriën dat over. De eerste groep zet ammoniak om in nitriet, de tweede zet nitriet om in nitraat. Zolang die keten op tempo loopt, meet je onderaan alleen nitraat en staan ammoniak en nitriet op nul. Komt er meer belasting binnen dan de kolonie aankan, of raakt die kolonie beschadigd, dan stapelt de keten op bij de eerste of de tweede stap. Precies daar zitten de twee giftige stoffen.
Belangrijk voor het tempo: die bacteriën groeien in weken, niet in dagen, en ze groeien trager naarmate het water kouder is. Een filter dat in het voorjaar net op gang komt heeft dus veel minder reserve dan hetzelfde filter in augustus.
| Stof | Waar het vandaan komt | Giftigheid | Streefwaarde |
|---|---|---|---|
| Ammonium (NH4+) | Uitscheiding vis, voerresten, mulm | Laag | Zo laag mogelijk |
| Vrije ammoniak (NH3) | Het deel van het totaal ammonium dat door pH en temperatuur wordt bepaald | Zeer hoog | Zo dicht mogelijk bij 0 |
| Nitriet (NO2-) | Eerste omzetting in het filter | Hoog | 0 mg/l |
| Nitraat (NO3-) | Tweede omzetting, eindproduct van de keten | Laag | Laag houden met waterverversing |
Totaal ammonium bestaat uit twee vormen die voortdurend in elkaar overgaan. Ammonium (NH4+) is relatief onschuldig. Vrije ammoniak (NH3) is dat allerminst: die passeert het kieuwweefsel moeiteloos. De verhouding tussen beide ligt niet vast. Hij verschuift richting NH3 bij een hogere pH, en ook bij een hogere temperatuur.
Onderstaande percentages geven aan welk deel van het totaal ammonium als vrije ammoniak in het water staat.
| pH | Aandeel NH3 bij 15 °C | Aandeel NH3 bij 28 °C |
|---|---|---|
| 7,0 | 0,3 % | 0,7 % |
| 7,5 | 0,9 % | 2,2 % |
| 8,0 | 2,7 % | 6,6 % |
| 8,5 | 8 % | 18 % |
| 9,0 | 21 % | 41 % |
Reken het eens door met een testuitslag van 0,5 mg/l totaal ammonium. Bij pH 7,0 en 15 °C is daar ongeveer 0,0015 mg/l vrije ammoniak van; daar merkt geen vis iets van. Bij pH 8,5 en 28 °C levert diezelfde 0,5 mg/l ruwweg 0,09 mg/l NH3 op, ongeveer zestig keer zoveel. De testuitslag is niet veranderd, de vijver wel.
Dit is geen theoretische kwestie. Een vijver met veel algengroei en weinig buffer kan 's ochtends op pH 7,6 staan en op een warme middag ruim boven 8,5 uitkomen. Dezelfde vijver, dezelfde vissen, dezelfde ammoniakwaarde, maar in de namiddag een veelvoud aan giftige NH3. Meet ammoniak daarom nooit los: noteer pH en temperatuur bij dezelfde meting, en meet bij warm weer ook eens laat in de middag in plaats van alleen voor het voeren. Hoe stabiel je pH over de dag blijft, hangt af van de carbonaathardheid.
Verlaag de pH niet halsoverkop om ammoniak te ontgiften. Zuur toevoegen verbruikt je buffer en kan een pH-crash uitlokken, waarbij de pH in enkele uren onderuit gaat. Je ruilt dan een probleem dat je kunt uitverversen in voor een probleem dat direct dodelijk is. Verdunnen, beluchten en stoppen met voeren zijn de veilige route.
Voor nitriet is de streefwaarde eenvoudig: 0 mg/l. Nitriet komt via de kieuwen binnen en bindt zich aan het hemoglobine, dat daardoor geen zuurstof meer kan vervoeren. Bloed en kieuwen verkleuren bruinig, vandaar de term bruin bloed. Het beeld dat je ziet is dat van zuurstofgebrek: vissen hangen bij de beluchting, happen aan het oppervlak en ademen snel, terwijl je gemeten zuurstofgehalte gewoon in orde is. Het zuurstof zit er wel, de vis kan er alleen niet bij.
Zout is hierbij de erkende beschermende maatregel. Chloride concurreert met nitriet bij de opname over de kieuwen. Het verlaagt het nitriet dus niet, het beschermt de vis terwijl het filter zich herstelt. In de praktijk wordt vaak rond 1 gram per liter (0,1 procent) aangehouden, en alleen bij een acute piek hoger. Reken met je werkelijke waterinhoud, los het zout eerst op en verdeel het over de vijver, en houd er rekening mee dat zout alleen door verversen weer verdwijnt en niet door verdamping. Let ook op de keerzijde: waterplanten verdragen zout slecht, sommige medicaties gaan er niet mee samen, en een forse dosering remt ook de filterbacteriën die je juist terug wilt hebben.
Nitraat is de laatste stap en veel minder giftig dan de twee ervoor. Het is vooral een graadmeter: een oplopende nitraatwaarde vertelt je dat er belasting is opgestapeld, dat er stevig gevoerd wordt of dat er te weinig water ververst wordt. Nitraat verlaag je met waterverversing, niet met bacteriën.
Ammoniak en nitriet verschijnen zelden zomaar. In vrijwel alle gevallen is er een aanwijsbare gebeurtenis, meestal een tot drie dagen eerder.
| Oorzaak | Wat er misgaat | Waaraan je het merkt |
|---|---|---|
| Nieuwe vijver of net gestart filter | Er zijn nog te weinig bacteriën voor de belasting | Eerst ammoniak, een tot twee weken later nitriet |
| Filter uitgespoeld met leidingwater | Chloor en chlooramine doden de bacteriekolonie | Piek binnen enkele dagen na het schoonmaken |
| Medicatie of een zware zoutbehandeling | Remt of doodt de filterbacteriën | Waarden lopen op tijdens of vlak na de kuur |
| Te veel voer | Belasting boven de filtercapaciteit | Sluipende stijging, vooral in de zomer |
| Dode vis of rottend materiaal | Plotselinge stikstofbron in het water | Scherpe piek zonder aanwijsbare reden |
| Stroomuitval of gestopte pomp | Het filterbed komt zonder doorstroming en zuurstof te zitten | Piek kort na het herstarten |
| In één keer veel vis erbij | De belasting verdubbelt binnen een dag | Ammoniak binnen 24 tot 48 uur |
Vul nooit bij met onbehandeld leidingwater tijdens een piek. Chloor en chlooramine doden de laatste bacteriën die je nog over hebt en prikkelen kieuwen die al beschadigd zijn. Behandel het aanvulwater, of laat het via een geschikt filter binnenlopen.
De meeste vijverhouders testen wekelijks, sommigen vaker, en dat is verstandig. Het probleem is niet de test, het is het interval. Een ammoniakpiek na een uitgespoeld filter, een pomp die 's nachts uitvalt, een vis die achter de skimmer is doodgegaan: die ontstaan tussen twee metingen in en doen hun werk in de uren daarna.
Daar komt het tijdstip bij. De gevaarlijkste combinatie is de hoogste pH samen met de hoogste temperatuur, en die valt op een zomerse dag in de late namiddag. De meeste mensen testen 's ochtends of in het weekend, dus precies naast het moment waarop de vrije ammoniak op zijn hoogst staat. Twee metingen op verschillende momenten van dezelfde dag kunnen een compleet ander beeld geven.
Continu meten verandert niets aan de chemie. Het verandert alleen het moment waarop je het weet, en bij ammoniak en nitriet is dat het hele verschil.
H2Koi meet ammonium (NH4) direct, samen met pH en temperatuur, en berekent daaruit continu het aandeel vrije ammoniak (NH3). Nitriet wordt afgeleid en niet direct gemeten; nitraat (NO3) meten we wél rechtstreeks. Direct gemeten zijn: temperatuur, pH, zuurstof (in mg/l en procent verzadiging), geleidbaarheid, troebelheid, ammonium (NH4) en nitraat (NO3). ORP is optioneel. Afgeleid zijn: KH (binnen 0 tot 20 °dKH), NH3, nitriet, zoutgehalte en TDS. De KH is dus een berekende waarde en geen titratie, en GH rapporteren we helemaal niet. Een zelfreinigende wisser houdt de sensoren schoon.
Wat het niet is: geen ziekte- of parasietendiagnose. Het is een continu vroegtijdig signaal uit industriële sensoren. Juist bij ammoniak is dat waardevol, omdat het systeem de drie waarden die je samen nodig hebt op hetzelfde moment vastlegt.
Daarnaast bouwen we vijverspecifieke, automatische waterverversing. We hebben nooit een ander systeem gevonden dat dat doet, en onze klanten ook niet. Voor de vijver betekent het dat verdunning een routine wordt in plaats van een noodgreep.
De streefwaarde is 0. De vraag is eigenlijk niet te beantwoorden zonder pH en temperatuur erbij, want het gaat om het deel dat als vrije ammoniak (NH3) in het water staat. Bij pH 7,0 en 15 °C is dat een fractie van wat het bij pH 8,5 en 28 °C is. Beoordeel dus altijd de combinatie van drie waarden, nooit het losse getal.
Vrijwel alle hobbytests meten totaal ammonium: de som van NH4+ en NH3. Wat je van de kleurenkaart afleest is dus niet het giftige deel, maar het totaal. Het giftige aandeel leid je af uit pH en temperatuur, meestal met de tabel in de bijsluiter. Tests met NH3/NH4 op de verpakking doen precies dat.
Reken in weken, niet in dagen. Bij zomertemperaturen vaak vier tot zes weken, in koud water aanzienlijk langer. Het patroon is herkenbaar: eerst loopt ammoniak op en zakt weer, daarna volgt de nitrietpiek, en pas als beide op nul blijven terwijl je normaal voert, is het filter rond. Voer in die periode uiterst terughoudend.
Niet met onbehandeld leidingwater. Het chloor of chlooramine daarin doodt precies de bacteriën waar je filter op draait, en enkele dagen later staat de ammoniak op. Spoel filtermedia uit in vijverwater, in een emmer, en nooit alle media tegelijk. Grof vuil eruit, biofilm laten zitten.
Zout verlaagt het nitriet niet, het beschermt de vis: chloride concurreert met nitriet bij de opname over de kieuwen. In de praktijk wordt vaak rond 1 gram per liter (0,1 procent) aangehouden, opgelost en verdeeld, met de werkelijke waterinhoud als rekenbasis. Hogere doseringen horen bij een acute situatie. Let op waterplanten, op combinaties met medicatie, en op het feit dat zout alleen door verversen verdwijnt.
Ja. Voer is de bron van de stikstof die je niet kwijt kunt. Een koi komt weken zonder voer prima door, enkele dagen in giftig water niet. Bouw het voeren pas weer op als ammoniak en nitriet meerdere dagen achtereen op nul staan, en dan met kleine porties.
Dat is het normale verloop. De bacteriën die ammoniak omzetten vermeerderen zich sneller dan de groep die nitriet opruimt. Zodra de eerste groep op gang komt, wordt er nitriet gemaakt dat nog niemand wegwerkt. De nitrietpiek volgt daarom meestal een tot twee weken op de ammoniakpiek. Ammoniak op nul betekent dus niet dat het gevaar voorbij is.
Omdat een ammoniakwaarde pas betekenis krijgt met pH en temperatuur ernaast, meet H2Koi die drie continu en berekent het bijbehorende NH3-aandeel. Vroegtijdig signaal uit industriële sensoren, dag en nacht.
Bekijk wat H2Koi meet